Andre de Klerk Opticiens

Glasvochttroebelingen

Ons oog bestaat uit een bol met daarin de lens, de iris (geeft ons oog de kleur) en vocht. Het grootste deel van het oog bestaat uit dat vocht. Het vocht dat achter de lens zit noemen we het glasvocht. Het heeft de helderheid van glas maar is vloeibaar.
In dat glasvocht zitten van nature hele kleine troebelingetjes die we floaters of mouches volantes noemen. Ze vallen op als we naar een heldere, blauwe lucht kijken en bewegen mee met het draaien van het oog. Iedereen heeft ze en iedereen kan ze zien als je er specifiek op let.

Troebelingen die op een later moment in ons leven ineens te zien zijn vragen om aandacht. Dit zijn troebelingen die ontstaan door het ouder worden van ons oog. Een heel dun vliesje dat aan de binnenkant van de oogbol zit laat vroeg of laat los van deze binnenkant (netvlies) en kan daarmee in bepaalde gevallen het netvlies beschadigen. Om uit te sluiten dat het netvlies beschadigt, dient het oog aan de binnenkant onderzocht te worden. Als blijk dat het beschadigd is, verwijzen we u door naar een oogarts die het netvlies moet repareren. Maar als blijkt dat er niets aan de hand is, hoeft de oogarts niet in te grijpen. Uitleg over wat er aan de hand is en wat je verder kunt verwachten is dan voldoende.

Soms gaat het loskomen van dit dunne vliesje gepaard met het zien van lichtflitsen. Het loskomen van dit vliesje noemen we een achterste glasvochtloslating. Dit is niet erg of ernstig. Als het netvlies toch beschadigd is, kan het netvlies loskomen van de oogbol. Dit noemen we een netvliesloslating en is wél een ernstige aandoening. De optometrist verwijst u dan direct door naar de oogarts.

Terug naar Optometrie